+31 (0)20 - 572 71 90 +31 (0)20 - 572 71 99 info@boontjeadvocaten.nl
Boontje Advocaten || Arbeidsrecht Plus

ActueelWet arbeidsmarkt in balans; de transitievergoeding

 

Eerder dit jaar besprak ik de voorgestelde wijziging van het ontslagrecht. Ik informeerde u toen over het voorstel om weer toe te staan dat meerdere, onvoldragen ontslaggronden samen tot een ontslag kunnen leiden. Dit voorstel is inmiddels vastgelegd in het wetsvoorstel Wet arbeidsmarkt in balans  (Wab), waarin een nieuwe
i-grond is geïntroduceerd. In deze column zal ik een ander relevant wetsvoorstel bespreken dat deel uitmaakt van de Wab: de aanpassing van de regelgeving rondom de transitievergoeding.

Huidig recht

Op basis van het huidige recht (de WWZ) is de transitievergoeding verschuldigd bij een onvrijwillige beëindiging van een arbeidsovereenkomst die 2 jaar of langer heeft geduurd. De 2-jaarstermijn sluit aan bij de (nieuwe) ketenregeling, op basis waarvan – kort gezegd – alleen de eerste 2 jaar op grond van een bepaalde tijd contract gewerkt kan worden. Na verloop van deze 2 jaar worden elkaar opvolgende bepaalde tijd contracten automatisch omgezet in een contract voor onbepaalde tijd.
De eerste 10 jaar van een dienstverband bedraagt de transitievergoeding 1/6 maandsalaris voor elke zes maanden dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd. Daarna is de transitievergoeding gelijk aan 1/4 maandsalaris per zes maanden-periode.

Deze regelgeving heeft een aantal ongewenste effecten. De referteperiode leidt er toe dat werknemers met een bepaalde tijd contract vaker geen transitievergoeding ontvangen ten opzichte van werknemers met een contract voor onbepaalde tijd. Als gevolg van de referte-periode in combinatie van de ketenregeling worden arbeidscontracten namelijk vaak vóór het bereiken van de 2-jaarsperiode beëindigd. Bovendien zijn de ontslagkosten na 10 jaar dienstverband hoger.

Wetsvoorstel

De Wab wil werkgevers stimuleren werknemers in vaste dienst te nemen door de verschillen in de gevolgen van de regelgeving rondom de transitievergoeding tussen vaste en flexibele arbeid te verkleinen. In dat kader zijn onder meer de volgende wijzigingen voorgesteld:

  • Afschaffing van de referte-periode van 2 jaar en opbouw van de transitievergoeding naar rato van de duur van het dienstverband;
  • Afschaffing van de verhoging van de transitievergoeding bij meer dan 10 jaar dienstverband;

De vraag is uiteraard of hiermee de beoogde doelstellingen behaald worden. Weliswaar zal (1) de kloof tussen vaste en flexibele arbeid verkleinen. Hier staat echter tegenover dat de ontslagkosten over het algemeen zullen stijgen. Bovendien zou (1) kunnen leiden tot een voorkeur voor zelfstandigen (ZZP’s) boven werknemers. Wij zijn dan ook benieuwd naar de effecten van deze regelgeving in de praktijk.

Voor eventuele vragen hierover kunt u contact opnemen met Carola Meyer-de Swaan.

(Bron: OR/Magazine, Vakmedianet, september 2018)

Carola Meyer-de Swaan

 

Actueel

30/07/2019

Lancering Lexalyse van LexIQ in samenwerking met Erasmus School of Law en Boontje Advocaten

LexIQ lanceert met Lexalyse baanbrekende AI-software voor juristen Lees meer
01/07/2019

Danny Vesters benoemd tot partner

Danny Lees meer
23/05/2019

Werkgever moet arbeidstijd registreren

Het Hof van Justitie EU heeft op 14 mei 2019 geoordeeld dat werkgevers verplicht zijn een systeem Lees meer
06/05/2019

Signalering 2019

  • Verruiming geboorteverlof: per 1 januari 2019 is de Wet Invoering Extra Geboorteverlof Lees meer

Quote

 
Delen op