Door Loes Wevers & Lisa van der Geest
02 augustus 2021

Relatiebeding “Relaties en prospects”: noem het beestje bij zijn naam

Een veel voorkomende manier om het bedrijfsdebiet van de werkgever te beschermen, is door het opnemen van een relatiebeding in de arbeidsovereenkomst. Een mogelijk discussiepunt met een vertrekkende werknemer betreft de vraag welke relaties onder de reikwijdte van het relatiebeding vallen. Dat het opstellen van een dergelijk beding bepaald geen sinecure is, bevestigt de uitspraak van de kantonrechter Rotterdam van 15 juli 2021, waarin de vraag aan de orde komt wat moet worden verstaan onder “relaties en prospects”.

De casus

Twee werkneemsters in dienst van een detacheringsbedrijf besluiten om hun arbeidsovereenkomst op te zeggen en een eigen werving- en selectiebureau op het gebied van juridische dienstverlening op te zetten. De werkneemsters bespreken dit met hun werkgever en richten een VOF op, ondanks dat de werkgever hen heeft verzocht om de concurrerende activiteiten – voor zover die reeds zijn begonnen – te staken en gestaakt te houden. Werkgever legt vervolgens beslag op de (spaar)rekeningen van de werkneemsters, waarop de werkneemsters in kort geding schorsing van het relatiebeding vorderen.

De kantonrechter oordeelt met betrekking tot het relatiebeding dat de werkneemsters in verhouding tot het te beschermen belang van de werkgever, onbillijk worden benadeeld. Volgens het relatiebeding is het werkneemsters niet toegestaan om binnen twaalf maanden na het einde van het dienstverband op enigerlei wijze werkzaamheden te verrichten voor relaties en prospects van de werkgever. De kantonrechter overweegt dat in de arbeidsovereenkomsten van werkneemsters niet nader is gedefinieerd wat onder “relaties en prospects” dient te worden verstaan. Ook na het einde van de arbeidsovereenkomsten heeft de werkgever geen duidelijkheid verschaft over wat er volgens haar onder “relaties en prospects” dient te worden verstaan, waardoor werkneemsters als het ware “gegijzeld” werden. Zij konden immers geen werkzaamheden uitoefenen zonder het risico te lopen aangesproken te worden wegens overtreding van het relatiebeding.

De kantonrechter overweegt dat de werkgever op een eenvoudige manier duidelijkheid had kunnen verschaffen door werkneemsters een lijst te verstrekken met de relaties en prospects die volgens haar onder de werking van het relatiebeding vallen. De vordering tot schorsing van het relatiebeding wordt dan ook toegewezen.

Conclusie

Zoals blijkt uit deze uitspraak, vereist het opstellen van een relatiebeding enige aandacht. Voor een kleine werkgever kunnen algemene bewoordingen wellicht volstaan, omdat het relatiebestand in dat geval voor de werknemer bekend zal zijn, maar zeker naarmate de onderneming groter wordt, zal meer aandacht moeten worden besteed aan het definiëren van relaties en prospects. Het meegeven van een lijst met relaties en prospects aan een vertrekkende werknemer, zoals de kantonrechter Rotterdam voorstelt, zal echter juist met het oog op het te beschermen bedrijfsdebiet niet de voorkeur van iedere werkgever genieten. Bij vragen over het relatiebeding, kunt u contact opnemen met Loes Wevers (wevers@boontjeadvocaten.nl) of Lisa van der Geest (vandergeest@boontjeadvocaten.nl).

Uitspraak: Ktr. Rotterdam 15 juli 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:6818.