Door Lisa van der Geest
04 februari 2021

Arbeidsomstandigheden Wetsvoorstel ‘werken waar je wil’

Op verzoek van het kabinet werkt een groot deel van de werknemers thuis gedurende de coronacrisis. Inmiddels zijn de eerste uitspraken gepubliceerd waarin de werkgever – onder bepaalde omstandigheden – zelfs moest toestaan dat de werknemer thuiswerkt. Een recht op thuiswerken is echter niet verankerd in de wet, waardoor werknemers na afloop van de pandemie waarschijnlijk weer afhankelijk zijn van de flexibiliteit van de werkgever. Het initiatiefwetsvoorstel ‘werken waar je wil’ van D66 en Groenlinks beoogt hier verandering in aan te brengen en het recht om zelf de werkplek te kiezen te verstevigen.

Wet Flexibel Werken

Het wetsvoorstel wijzigt de Wet Flexibel Werken, op grond waarvan een werknemer zijn werkgever schriftelijk kan verzoeken om aanpassing van de arbeidsomvang, arbeidstijden en arbeidsplaats. Ten aanzien van het verzoek tot aanpassing van de arbeidsomvang en de arbeidstijden geldt dat de werkgever dit alleen kan afwijzen indien zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen zich hiertegen verzetten. Op dit moment geldt het vereiste van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen niet ten aanzien van het verzoek tot aanpassing van de arbeidsplaats; de werkgever hoeft dit verzoek slechts in overweging te nemen en bij afwijzing in overleg te treden met de werknemer. Onze klanten adviseren wij een thuiswerkovereenkomst te sluiten, waarin ook duidelijke afspraken worden opgenomen in welke omstandigheden de toestemming om thuis te werken kan worden ingetrokken. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer het functioneren van de werknemer structureel verslechterd. Dat kan een reden zijn waarom de werkgever meer direct toezicht wil houden op de werkzaamheden van de werknemer.

Werken waar je wil?

Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, dan wordt in de Wet Flexibel Werken opgenomen dat het verzoek van de werknemer tot aanpassing van zijn arbeidsplaats slechts kan worden afgewezen wanneer er sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen. Het criterium ‘zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen’ is een vrij strenge toets waar in de praktijk niet snel aan wordt voldaan. Hiervan is sprake als economische, technische of operationele belangen ernstig zouden worden geschaad indien de arbeidsplaats van de werknemer gewijzigd zou worden. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer de veiligheid van collega’s in het geding zou komen of de bedrijfsvoering praktisch tot stilstand zou komen als de werknemer thuiswerkt. Het is aan de werkgever om aan te tonen dat sprake is van zwaarwegende bedrijfs- of dienstbelangen, maar met de huidige digitale samenwerkingsmogelijkheden is het aannemelijk dat aan dit criterium niet snel voldaan zal zijn, zeker niet als het gaat om kantoormedewerkers. Een gevolg van deze wijziging is ook dat werkgevers een grotere verantwoordelijkheid krijgen voor in het kader van de veilige werkplek. Als de werknemer thuis een vaste thuiswerkplek mag inrichten, zal deze moeten voldoen aan de Arbeidsomstandighedenwet. De werkgever draagt de verantwoordelijkheid over een veilige en geschikte werkplek. De vraag die kan worden gesteld is of de kosten daarvan allemaal voor rekening van de werkgever moeten komen. De wetgever gaat ervan uit van wel. Het is de verwachting van de wetgever dat deze (inrichtings)kosten ruimschoots gecompenseerd zullen worden door de reiskostenvergoedingen die werkgevers zullen besparen door het thuiswerken. Maar dat is nog maar de vraag. Of de werkgever de gegeven toestemming voor het thuiswerken weer mag intrekken, vanwege het functioneren van de werknemer of andere bedrijfsbelangen is vooralsnog niet duidelijk.

Uitzonderingen

De Wet Flexibel Werken is niet van toepassing op werkgevers met minder dan 10 werknemers en daarnaast kunnen werkgevers met de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging schriftelijk overeenkomen dat voor de duur van maximaal 5 jaar wordt afgeweken van de wet. Voorts kan worden afgeweken van de wet indien een CAO van toepassing is op de arbeidsovereenkomst.

Ingangsdatum

Het wetsvoorstel is op 19 november 2020 ter internetconsultatie voorgelegd en heeft tot en met 18 december 2020 opengestaan. Na eventuele wijzigingen die voortvloeien uit de internetconsultatie zal het initiatiefwetsvoorstel voorgelegd worden aan de Tweede en Eerste Kamer. De beoogde ingangsdatum van het voorstel is nog niet bekend.

Als dit wetsvoorstel wordt aangenomen, zal dit naar verwachting vele nieuwe verzoeken tot thuiswerken gaan opleveren. Heeft u advies nodig over een dergelijk verzoek? Of vragen over welke verplichtingen u vervolgens heeft richting de werknemer en de thuiswerkplek? Neem dan gerust contact met ons op.  Lisa van der Geest (vandergeest@boontjeadvocaten.nl) en Jolanda de Groot (degroot@boontjeadvocaten.nl) denken graag met u mee.